Onderzoek met hoog risico
Bioveiligheidsniveau 3 (Cat. III, BSL-3) heeft betrekking op streng gereguleerde inperkingsruimten waar mogelijk wordt gewerkt met schadelijke menselijke ziekten, virussen en bacteriën die een ernstig gevaar voor de gezondheid en veiligheid kunnen vormen. Afval uit deze faciliteiten is potentieel gevaarlijk en kan schadelijke ziekteverwekkers bevatten, wat betekent dat effectieve sterilisatie vereist is voordat iets wordt afgevoerd.
Voorbeelden van micro-organismen waarmee in een BSL-3-gereguleerde omgeving wordt gewerkt, zijn onder meer botulisme, gele koorts en de bacterie die tuberculose veroorzaakt.
In bepaalde omstandigheden is een dubbeldeursautoclaaf (ook wel doorgeefautoclaaf) aan te bevelen, waarbij de laadzijde („vuil“ of niet-steriel) door een wand is gescheiden van de loszijde („schoon“ of steriel), die vaak is voorzien van een SPF-afdichting (Bio-afdichting) om bacteriologische migratie te voorkomen.
In BSL-3-laboratoria is tevens een afvoerretentiesysteem vereist, dat een bacteriologisch HEPA-filter op de afvoer omvat, waardoor wordt voorkomen dat gevaarlijke pathogenen in de atmosfeer terechtkomen.